Vragen en antwoorden over de toekomst van GMN
Versie: d.d. 11 maart 2010. Klik op een vraag om naar het antwoord te gaan.
Vraag 3: worden de mensen die vertrekken uit hun woning en/of met hun bedrijf financieel gecompenseerd en geholpen met het zoeken van een andere plek?
Vraag 5: Provinciale Staten hebben het oostelijk deel van de polder Groot Mijdrecht Noord aangewezen als prioritair gebied. Wat betekent dit?
Vraag 6: in Plan de Venen is sprake van verwerving op vrijwillige basis. Nu heeft de provincie het oostelijk deel van de polder Groot Mijdrecht Noord opgenomen op de kaart van prioritaire gebieden. Waarom deze verandering?
Vraag 7: in het Natuurgebiedsplan de Venen is nog een reservering opgenomen van 190 ha nieuwe, onbegrensde natuur vanwege de opgave voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Bijft die reservering?
Vraag 8: het gebied is, zoals het er nu bij ligt, toch ook prachtige natuur? Veel weilanden met mooie vegetatie, weidevogels enzovoort. Waarom moet de ene soort natuur wijken voor de andere soort natuur?
Vraag 9: Met de keuze voor Herijkt Plan De Venen 2007 worden de problemen van de waterkwaliteit niet opgelost. Wat doet de provincie om de problemen van zoete en zoute kwel aan te pakken?
Vraag 10: veel boeren geven aan dat ze helemaal geen last van zout water hebben. Zij zullen toch wel weten waar ze over praten?
Vraag 11: sommige boeren in de polder geven aan dat ze weinig last van de bodemdaling hebben; dat het allemaal wel meevalt. Waarom dan toch die ingrijpende maatregelen?
Vraag 12: waar kan ik terecht voor meer informatie over de plannen?
Antwoorden
Antwoord 3: ja, het uitgangspunt is volledige schadeloosstelling. Dat is mogelijk omdat PS het gebied hebben aangewezen als Prioritair gebied. (zie vraag 9).
Naar boven
Antwoord 5: Het realiseren van de Ecologische Hoofdstructuur blijft achter. De provincie is daarom al enige tijd bezig nieuw beleid te ontwikkelen voor het versnellen daarvan. Eén van de instrumenten daarvoor is de aanwijzing van ‘prioritaire gebieden’. Dit geldt voor de gehele provincie. Als een gebied wordt aangewezen als prioritair gebied, betekent dit dat hier de gronden kunnen worden aangekocht tegen volledige schadeloosstelling. Dit betekent dat er een vergoeding komt voor vermogens- en inkomensschade. In deze gebieden kan, als een minnelijke overeenkomst uiteindelijk toch niet haalbaar is, als uiterste middel het instrument van onteigening ingezet worden. In de loop van 2013 besluiten PS of en bij wie er wordt overgegaan tot onteigening.
Naar boven
Antwoord 6: Plan de Venen gaat er inderdaad van uit dat de verwerving van gronden plaatsvindt op basis van vrijwilligheid. Uit ervaring weten we dat dit onvoldoende resultaat oplevert: uit cijfers van de afgelopen jaren blijkt dat de grondverwerving voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) achterloopt bij de eerder vastgestelde ambities. Sinds 1990 is inmiddels nog maar de helft van de te realiseren nieuwe natuur gerealiseerd. GS willen hieraan een versnelling geven door het instrument prioritaire gebieden in te zetten. Een dergelijke aanpak wordt overigens ook in andere provincies toegepast om de realisatie van de EHS te versnellen.
Naar boven
Antwoord 7: De in 2000 gemaakte afspraken over de 190 ha nog niet begrensde natuur blijven gehandhaafd. Hiervoor wordt een plek gezocht in GMN-west. Op basis van een evaluatie in 2012 zal een besluit genomen worden over een eventuele functiewijziging van landbouwgrond naar natuur. Dit is conform de afspraken uit Herijkt Plan De Venen 2007. Voor het overige deel van GMN-west is landbouw de komende tientallen jaren mogelijk.
Naar boven
Antwoord 8: De ene natuursoort staat in Nederland en internationaal meer onder druk dan de andere. Het gaat vooral met de moerasnatuur (de laagveenmoerassen en de moerasvogels) slecht; dit wordt onder meer veroorzaakt door verdroging, watervervuiling, versnippering en areaalverlies. Hierdoor gaat het ook niet goed met de planten en dieren die hier thuishoren.
Nederland heeft de internationale verplichting (op basis van het Biodiversiteitsverdrag) om deze achteruitgang tot staan te brengen en daar waar mogelijk om te buigen in een verbetering.
Het oostelijk deel van GMN vormt een onmisbare schakel in een nationaal te ontwikkelen keten natte natuur vanaf de Alblasserwaard in Zuid-Holland tot aan de Randmeren bij Noord-Holland. (Groene Ruggengraat). In de provincie Utrecht is met het Rijk afgesproken dat deze Groene Ruggengraat voor wat betreft het gebied De Venen aangelegd wordt via een moerasdeel o.a. door de polders Marickenland (Groot Mijdrecht Zuid) en Groot Mijdrecht Noord en een graslanddeel via overige polders.
Het toekomstig moerassysteem in GMN zal een van de veertien kerngebieden worden van de moerassen in Nederland. Kerngebieden vormen gezamenlijk de dragers voor de grootschalige moerassen die nodig zijn voor het behoud van de bijbehorende planten- en diersoorten.
Naar boven
Antwoord 9:. Bij het herinrichten van het oostelijk deel van GMN is er de mogelijkheid om het zoute/brakke kwelwater te scheiden van het zoete kwelwater in dit gebied. Door het zoete water gescheiden af te voeren van het brakke water kun je mogelijk de effecten van de uitslag van het brakke water qua invloedsgebied wat beperken. Het waterschap AGV is via modellenonderzoek nu bezig met de precieze uitwerking van maatregel die gebaseerd is op scheiding van zoet en zout. Hierna kan een goede afweging gemaakt worden tussen de voor- en nadelen en de kosteneffectiviteit van een dergelijke maatregel. Verwacht wordt dat in de tweede helft van 2010 resultaten beschikbaar zijn en conclusies hierover getrokken kunnen worden.
Naar boven
Antwoord 10: dat kan goed kloppen. De problemen van het brakke/zoute kwelwater (de zoutschokken) worden veroorzaakt in de polder groot Mijdrecht Noord, maar komen tot uiting in de polders in de omgeving. In die omliggende polders hebben ze dus wel degelijk last van het zoute water. Het brakke water uit Groot Mijdrecht vormt in de zomer daar een probleem voor de tuinbouw en de natuur (zoutschokken). Voor de (glas)tuinbouw is dit probleem vooralsnog opgelost door aanvoer van zoet water vanuit Waterschap Rijnland of door eigen regenwateropvang. Aanvoer vanuit Rijnland is met de klimaatverandering op termijn echter een onwenselijke situatie omdat dit waterschap zelf een tekort aan zoet water heeft. Voor de natuur is het probleem van de zoutschokken niet opgelost. Deze lijdt schade, zowel in de natuurgebieden als in de sloten in de polders daarbuiten. Deze knelpunten zijn een verantwoordelijkheid van de provincie. We moeten dat probleem oplossen.
Naar boven
Antwoord 11: de bodemdaling is ook niet in elk deel van de polder even groot. In het oostelijk deel en in het zuidwestelijk is er sprake van flinke bodemdaling. In het noordwestelijk deel is dit beduidend minder omdat de bodemopbouw hier anders is (meer klei).
Naar boven
Antwoord 12: u kunt het beste regelmatig op deze website kijken, want alle nieuwe ontwikkelingen en achtergronden zijn hier te vinden. Ook kunt u een email met uw vragen sturen naar gmn@provincie-utrecht.nl of bellen met het projectsecretariaat Groot Mijdrecht Noord: 030-2582112. Alle direct betrokken inwoners zijn welkom voor een individueel gesprek met de provincie over hun specifieke situatie, wensen en mogelijkheden.
Naar boven